ECLI:NL:RBDHA:2019:11960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring opvolgende asielaanvraag en oplegging inreisverbod
Eiser, een Iraanse asielzoeker, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen en onherroepelijk was verklaard. Verweerder verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die relevant waren voor de beoordeling. Eiser overhandigde een dagvaarding uit Iran als nieuw bewijs, maar kon de authenticiteit hiervan niet aantonen.
De rechtbank overwoog dat de authenticiteit van documenten door de aanvrager moet worden aangetoond en dat verweerder de dagvaarding had laten onderzoeken door Bureau Documenten, dat onregelmatigheden vaststelde. Hierdoor kon het document niet als nieuw element worden beschouwd. Ook was het niet onredelijk dat verweerder afzag van een hoorzitting, omdat het nieuwe bewijs geen ander oordeel zou rechtvaardigen.
Daarnaast bleef het terugkeerbesluit van kracht, en verweerder legde een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank vond dit terecht en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag en het opleggen van een inreisverbod is ongegrond verklaard.