Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag nareis af te wijzen. De kern van het geschil betreft de vraag of eiser voldoende bewijs heeft geleverd van zijn identiteit en de gezinsband met zijn echtgenote, een Eritrese vrouw met een verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen officiële identificerende documenten heeft overgelegd, terwijl uit ambtsberichten blijkt dat Eritreeërs doorgaans wel over dergelijke documenten beschikken. Het door eiser overgelegde bewijs, waaronder een Israëlische conditional release, een kerkelijke huwelijksakte en andere documenten, wordt onvoldoende geacht omdat deze niet door Eritrese autoriteiten zijn afgegeven en onvoldoende indicatief zijn.
Daarnaast is de door eiser ingeroepen werkinstructie 2014/9 niet bindend en hoeft de staatssecretaris geen identificerend interview aan te bieden. De rechtbank volgt het standpunt dat de identiteit van eiser niet aannemelijk is gemaakt, waardoor ook de gezinsband niet kan worden beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de nareisaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband.