ECLI:NL:RVS:2019:1171
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgeldigheid werkinstructies en behoud besluit mvv na bezwaar
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vernietigde. De kern van het geschil is of een werkinstructie van de staatssecretaris als recht geldt in de zin van artikel 1.27 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en of het besluit terecht is genomen.
De rechtbank had geoordeeld dat de werkinstructie recht is en dat de staatssecretaris onzorgvuldig handelde door de vreemdeling en referent niet tijdig te confronteren met een rapport waarin een kerkelijke huwelijksakte vals werd bevonden. De staatssecretaris stelde dat werkinstructies intern zijn en geen beleidsregels vormen die rechten creëren, en dat de vreemdeling en referent voldoende gelegenheid hadden om te reageren.
De Afdeling oordeelt dat werkinstructies die alleen via een website bekend zijn gemaakt geen recht vormen in de zin van artikel 1.27 Vb 2000. Ook bevestigt de Afdeling dat de staatssecretaris de afwijzing van de mvv terecht baseerde op het vals bevonden document en dat de vreemdeling en referent onvoldoende bewijs leverden voor de gestelde familierelatie. De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalt dat deze rechtsgevolgen wel in stand blijven, waarmee de weigering van de mvv overeind blijft.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf en behoudt de rechtsgevolgen van het besluit in stand.