ECLI:NL:RBDHA:2019:10425
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning overige humanitaire gronden wegens niet betalen leges
Verzoeker, een Surinaamse nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van overige humanitaire redenen. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat verzoeker de leges niet had voldaan en geen vrijstelling kon aantonen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat hij vanwege leeftijd, gebrek aan verdiencapaciteit en eerdere procedures niet in staat was de leges te betalen.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder inzake legesvrijstelling niet onredelijk is en dat verzoeker geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een vrijstelling rechtvaardigen. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigt dat het beleid geen effectieve rechtsgang belemmert. Verzoeker heeft onvoldoende persoonlijke omstandigheden onderbouwd om een vrijstelling te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld wegens het niet voldoen van de leges en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen omdat nader onderzoek geen bijdrage zou leveren aan de beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de verblijfsvergunningaanvraag wegens niet betalen van leges wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.