ECLI:NL:RBDHA:2019:10302
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- J.C. Sluymer
- H.M. Boone
- A.M. Gruschke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van Marokkaanse afstammingsrelatie
Verzoeker, geboren in 1999 in Marokko, vroeg de rechtbank om vaststelling van zijn Nederlandse nationaliteit op grond van een in Marokko vastgestelde afstammingsrelatie met zijn juridische vader. Deze afstammingsrelatie werd erkend door een Marokkaanse rechtbank in 2015 en later bevestigd door een DNA-rapport.
De rechtbank onderzocht of deze Marokkaanse afstammingsrelatie gelijkgesteld kon worden aan een Nederlandse gerechtelijke vaststelling van het vaderschap of erkenning. De rechtbank concludeerde dat het een erkenning betreft, maar dat deze erkenning niet voldoet aan de Nederlandse eisen, met name omdat het biologisch vaderschap niet binnen één jaar na erkenning is aangetoond.
Verzoeker heeft daardoor niet op grond van artikel 4 lid 4 RWN Pro of andere gronden de Nederlandse nationaliteit verkregen. Ook het beroep op artikel 14 juncto Pro artikel 8 EVRM Pro werd verworpen, omdat er geen sprake is van discriminatie of schending van het recht op gezinsleven. De rechtbank wees het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.