ECLI:NL:RBDHA:2018:777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag homoseksueel uit Cuba wegens onvoldoende bewijs onhoudbare situatie
Eiser, een Cubaanse homoseksueel gehuwd met een Britse man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen en mishandeling door een criminele groep en discriminatie in Cuba. Hij stelde dat hij geen bescherming van de autoriteiten kon verwachten en dat zijn leven in Cuba onhoudbaar was geworden.
Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat eiser een reëel risico liep op vluchtelingrechtelijke vervolging of ernstige schade in de zin van het EVRM. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn situatie zodanig ernstig was dat hij maatschappelijk en sociaal niet kon functioneren. Homoseksualiteit is in Cuba niet strafbaar en er bestaan wettelijke beschermingen en organisaties voor LHBT'ers.
De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat de echtgenoot van eiser in het Verenigd Koninkrijk woont. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een onhoudbare situatie of reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Cuba.