ECLI:NL:RBDHA:2018:5514
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en nationaliteit
Eiser, afkomstig uit Sudan met Eritrese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij als Eritrese vluchteling in Sudan geboren en getogen was en niet naar Eritrea kon terugkeren vanwege de dienstplicht.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser geen originele documenten kon overleggen ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit, ondanks dat hij al sinds 2016 in Europa verbleef en geen inspanningen had geleverd om documenten te verkrijgen. Ook de overgelegde kopieën van documenten van zijn ouders en een verklaring van het Sudanese Commissariaat voor de Vluchtelingen werden onvoldoende geacht.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de beoordeling deugdelijk en gemotiveerd had uitgevoerd, waarbij de elementen identiteit, nationaliteit en herkomst integraal waren gewogen. Omdat eiser deze niet aannemelijk had gemaakt, kon het asielrelaas niet verder worden beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en nationaliteit.