ECLI:NL:RBDHA:2018:4691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen Dublinbesluit terugwijzing asielaanvraag aan Italië
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 19 oktober 2017 een aanvraag in Nederland in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat hij in Italië geen asielaanvraag had gedaan en dat zijn vingerafdrukken slechts om strafrechtelijke redenen waren afgenomen. Hij betoogde dat Italië slechts een doorreisland was en dat de opvang in Italië onder de maat is, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt.
De rechtbank oordeelde dat het Eurodac-systeem betrouwbaar is en dat eiser onvoldoende onderbouwde waarom Italië niet verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verwijt dat Italië de opvang niet goed regelt, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak. Ook het beroep op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening werd afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij afhankelijk is van zijn in Nederland verblijvende broer of dat overdracht aan Italië een onevenredige hardheid oplevert.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk ondanks een termijnoverschrijding vanwege een digitale systeemverstoring. Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard en werd de asielaanvraag niet in behandeling genomen door Nederland. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het Dublinbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.