ECLI:NL:RVS:2017:2857
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië
De vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit diende op 24 april 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Italië had het terugnameverzoek expliciet geaccepteerd. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat niet kon worden uitgesloten dat Italië het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet naleefde, mede vanwege een uitzettingsbevel dat de vreemdeling in 2016 kort na overdracht door Zwitserland aan Italië had ontvangen.
De minister stelde in hoger beroep dat het uitzettingsbevel geen aanwijzing was dat Italië het interstatelijk vertrouwensbeginsel schond, omdat het bevel betrekking had op de verblijfsstatus en niet op een asielprocedure. De vreemdeling had geen bewijs geleverd van een asielaanvraag in Italië na overdracht. De Raad van State oordeelde dat het bevel tot uitzetting en het ontbreken van een Eurodac-registratie niet betekenen dat Italië geen gelegenheid bood om asielmotieven toe te lichten. De rechtbank had ten onrechte de minister gelast nadere informatie bij Italië op te vragen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.