ECLI:NL:RBDHA:2018:4023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslagen omzetbelasting en boetes
Eiser was bestuurder en enig aandeelhouder van een BV die naheffingsaanslagen omzetbelasting kreeg opgelegd over 2015. De BV heeft deze aanslagen niet betaald en de aandelen zijn in december 2015 overgedragen aan een Duitse vennootschap. Verweerder stelde eiser aansprakelijk voor de belastingschulden, boetes, kosten en invorderingsrente.
Eiser voerde aan dat hij niet aansprakelijk kon worden gesteld omdat betalingsonmacht tijdig was gemeld en hij geen bestuurder meer was bij het ontstaan van de laatste schuld. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat tijdig melding betalingsonmacht was gedaan en dat hij als bestuurder verantwoordelijk was voor het niet betalen van de belastingschuld. De aansprakelijkheid voor boetes en kosten werd bevestigd, mede vanwege kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank stelde vast dat de invorderingsrente nog niet bij beschikking was vastgesteld en daarom niet aan eiser kon worden toegerekend. De aansprakelijkstelling werd daarom verminderd tot € 285.417. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Eiser is aansprakelijk gesteld voor belastingschulden en boetes, maar niet voor invorderingsrente; aansprakelijkstelling verminderd tot € 285.417.