Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
ProcesverloopBij besluit van 15 december 2017 (hierna: bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast heeft verweerder bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en dat hem geen uitstel van vertrek wordt verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000).
Verweerder stelt verder vast dat eiser eerder bewust onjuiste gegevens omtrent zijn identiteit heeft verstrekt en dat eiser niet tijdig kenbaar heeft gemaakt dat hij internationale bescherming wenst. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.