ECLI:NL:RBDHA:2018:2100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning langdurig in Nederland verblijvende kinderen wegens contra-indicaties en onvoldoende medewerking vertrek
Eisers, allen Azerbeidzjaanse nationaliteit, verblijven sinds 2011 in Nederland en hebben meerdere asielaanvragen ingediend die zijn afgewezen. Zij vroegen vervolgens een verblijfsvergunning aan op grond van de Regeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen, welke werd geweigerd wegens contra-indicaties waaronder het niet voldoen aan het vereiste van medewerking aan vertrek.
De rechtbank overweegt dat eisers vanaf het moment dat hun eerste asielberoep ongegrond werd verklaard, actief hadden moeten meewerken aan hun vertrek, waaronder het benaderen van relevante instanties. Eisers stelden dat zij tijdens lopende asielprocedures en uitstel van vertrek niet hoefden mee te werken, maar dit standpunt wordt verworpen op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Hoewel eiser 2 psychische problemen heeft, leidt dit niet tot vrijstelling van de medewerkingsplicht. De rechtbank acht de contra-indicatie terecht toegepast en wijst het beroep af. Ook het beroep op het mvv-vereiste en discretionaire bevoegdheid slaagt niet. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende medewerking aan vertrek en het niet voldoen aan de voorwaarden van de Regeling.