Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] ,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 7 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Gelet op de aard van de zaak en de door eiser verstrekte informatie bestaat er geen grond voor het oordeel dat de aanvraag niet binnen de termijnen van de algemene asielprocedure zorgvuldig kon worden beoordeeld. Dat verweerder gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de termijnen van de algemene asielprocedure in het geval van eiser te verlengen, maakt dat niet anders. Het standpunt van eiser dat dit agenda-technisch lastig is geweest voor zijn gemachtigde, omdat verweerder dit in meer zaken van LHBTI+ uit Cuba doet, is niet iets waar de rechtbank in deze procedure wat mee kan. Niet is gebleken dat eiser hierdoor in zijn belangen is geschaad. De rechtbank is van oordeel dat (de gemachtigde van) eiser hierover bij verweerder kan klagen.
, is niet gebleken dat de algehele politieke en mensenrechtensituatie in Cuba zodanig is dat uitsluitend in verband daarmee aan een vreemdeling uit dat land een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw, in samenhang met artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw moet worden verleend. Ook blijkt niet uit openbare bronnen, zoals het rapport van Vluchtelingenwerk Nederland met bijlagen van 4 december 2017, de brief van COC over LHBTI+-asielzoekers afkomstig uit Cuba van 22 februari 2018 en het jaarverslag 2016 van OCDH van 4 januari 2017 waar eiser naar heeft verwezen, dat specifiek de groep LHBTI+ wordt vervolgd. Deze stukken zien vooral op problemen waar activisten tegenaan lopen. Verweerder heeft zich verder op het standpunt mogen stellen dat de positie van LHBTI+ in Cuba nog verre van ideaal is, maar dat de problemen van eiser niet zodanig zwaarwegend zijn om voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen. Uit de door eiser aangehaalde rapporten volgt dat de situatie voor de groep LHBTI+ in Cuba met name in de afgelopen vijf tot tien jaren langzaam is verbeterd. Deze tendens van verbetering wordt ondersteund door het recente artikel ‘
Inside Cuba's LGBT revolution: How the island's attitudes to sexuality and gender were transformed’ van The Independent van 4 januari 2018. Daarom zal aannemelijk moeten zijn dat er voor eiser persoonlijk feiten en omstandigheden bestaan op grond waarvan kan worden geoordeeld dat hem asielvergunning moet worden verleend.
De rechtbank wijst ook op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van het door eiser met succes kunnen inroepen van de bescherming van de Cubaanse autoriteiten tegen discriminatie op basis van eisers seksuele geaardheid.
Beslissing
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.