ECLI:NL:RBDHA:2018:15705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eisers, een Iraans echtpaar, vroegen asiel aan op grond van hun bekering tot het christendom en het risico dat zij lopen in Iran. De staatssecretaris wees hun aanvragen af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van hun bekering en de omstandigheden rondom een inval in hun woning.
De rechtbank oordeelde dat het gehoor zorgvuldig was verlopen en dat verweerder de aanvragen op basis van objectieve criteria heeft beoordeeld. Eisers konden onvoldoende aannemelijk maken dat hun bekering authentiek was en dat zij een reëel risico lopen bij terugkeer.
De rechtbank verwees naar de vaste gedragslijn en de werkinstructie WI 2018/10, die de beoordeling van geloofsovertuigingen structureren. De verklaringen van eisers en de overgelegde documenten, waaronder doopakte en kerkelijke verklaringen, boden onvoldoende bewijs.
Ook de inval in hun woning en de aanwezigheid van christelijke documenten werden niet geloofwaardig geacht. De rechtbank concludeerde dat eisers niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen wegens onvoldoende geloofwaardige bekering tot het christendom.