ECLI:NL:RBDHA:2018:15503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Afghaanse asielzoeker wegens onvoldoende motivering en onjuiste beoordeling veiligheidssituatie Kunduz
Een 20-jarige Afghaanse asielzoeker uit Kunduz werd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) geweigerd voor een verblijfsvergunning omdat zijn relaas over mishandeling en gedwongen deelname aan Taliban-activiteiten niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het relaas ongeloofwaardig was en onvoldoende rekening hield met de situatie in Afghanistan.
De rechtbank oordeelde dat de veiligheidssituatie in de provincie Kunduz precair is, met een hoog risico op willekeurig geweld en rekrutering door de Taliban, vooral voor jonge mannen zoals eiser. Verweerder had dit onvoldoende betrokken bij zijn beoordeling. Ook was het gebruik van een Dari tolk in plaats van een Afghaans-Oezbeekse tolk niet onzorgvuldig, aangezien eiser beide talen beheerst.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en beveelt verweerder aan binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de juiste veiligheidssituatie en persoonlijke omstandigheden van eiser. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.