Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 1] (V-nummer: [V-nummer] ), geboren op [2004] , en
beiden van Oekraïense nationaliteit, verzoekers
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
Over de schadenota overweegt de voorzieningenrechter dat dit stuk dateert van na het eerdere besluit van 6 juli 2018. De vraag of de schadenota kan afdoen aan dit besluit beantwoordt de voorzieningenrechter echter ontkennend. Hierbij is ten eerste van belang dat de schadenota een algemeen stuk is dat niet specifiek op [verzoeker 1] (en [verzoeker 2] ) ziet. Ten tweede blijkt niet dat de schade die in de schadenota wordt genoemd zich ook voordoet bij [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , nu er geen medische stukken zijn overgelegd waaruit dit blijkt. De door verzoekers overgelegde informatie van 20 juli 2018 van de Oekraïense psycholoog I.L. Lyaskovskaya is daartoe onvoldoende. Dit rapport is opgemaakt na de eerdere uitzetting op 7 juli 2018 van [verzoeker 1] (en [verzoeker 2] ) samen met hun ouders en zusje. De gevolgen die door de Oekraïense psycholoog worden genoemd, hangen met die uitzetting – die hier niet ter toetsing voorligt – samen. [verzoeker 1] (en [verzoeker 2] ) waren ten tijde van dit rapport met hun ouders en zusje in Oekraïne. Nadien zijn zij op initiatief van hun ouders naar Nederland teruggekeerd zonder dat zij het bezit waren van een geldige verblijfstitel in Nederland, zodat van te voren duidelijk was dat het risico op een (tweede) uitzetting naar Oekraïne, met alle gevolgen van dien, aan de orde kon zijn. De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat, anders dan verzoekers stellen, niet onderbelicht kan blijven dat de ouders van verzoekers daarmee een eigen aandeel hebben in de eventuele schade die hun kinderen door vreemdelingrechtelijke procedures zoals de onderhavige zouden oplopen. Het gezin is immers, na jarenlang niet legaal in Nederland te hebben verbleven, op 7 juli 2018 uitgezet naar hun land van herkomst. De ouders hebben er voor gekozen om verzoekers vervolgens alleen naar Nederland te sturen om aan het nieuwe schooljaar te beginnen, waarbij zij gebruik hebben gemaakt van de omstandigheid dat Oekraïense staatsburgers visumvrij naar Nederland mogen reizen voor kort verblijf. Het was dus duidelijk dat verzoekers kort na hun inreis in Nederland zouden moeten terugkeren Oekraïne. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om vrijwillig terug te keren onbenut gelaten, waardoor verzoekers nu in de situatie zitten dat zij (weer) gedwongen uit Nederland worden verwijderd. Deze omstandigheid kan niet zonder meer voor risico van verweerder komen. De voorzieningenrechter wijst verder op dat wat de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats in de uitspraak van heden in de zaak AWB 18/8274 over de schadenota heeft overwogen. De gronden die zien op [verzoeker 1] slagen daarom niet.
Verzoekers hebben ten slotte een brief van 14 december 2018 van de burgemeester van Culemborg overgelegd. Deze brief is gericht tot de Staatssecretaris en bevat feitelijk een verzoek aan hem om met gebruikmaking van zijn discretionaire bevoegdheid verzoekers toe te staan in Nederland te blijven. De voorzieningenrechter treedt niet in deze discretionaire bevoegdheid van de Staatssecretaris. In het kader van deze procedure kan het verzoek in ieder geval niet tot een ander oordeel leiden.