ECLI:NL:RBDHA:2018:14739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens niet-naleving vergunningsvoorwaarden
Eiseres beschikte over een parkeervergunning voor het gebied Centrum in een Nederlandse plaats, maar parkeerde op 30 december 2017 en 6 januari 2018 op locaties waar de vergunning niet geldig was. Verweerder legde daarop naheffingsaanslagen parkeerbelasting op, die bij bezwaar werden gehandhaafd. Eiseres stelde dat zij niet duidelijk was gewezen op het einde van de vergunningszone en dat de kosten onterecht hoog waren.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als vergunninghouder verantwoordelijk is om zich te informeren over de geldigheid van de vergunning en dat zij redelijkerwijs had kunnen weten dat parkeren op genoemde locaties niet was toegestaan. De naheffingsaanslagen waren daarom terecht opgelegd.
Daarnaast werd geoordeeld dat de in rekening gebrachte kosten, inclusief salariskosten voor bezwaar en administratie, binnen de wettelijke kaders vielen conform de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De door verweerder overgelegde kostenramingen waren betrouwbaar en de stelling van eiseres over lagere kosten door digitale handhaving werd verworpen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.