ECLI:NL:RBDHA:2018:13603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten reeds voldaan uit leningen
Eisers hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van woninginrichting, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat de kosten reeds waren voldaan uit leningen die zij bij derden hadden afgesloten. Eisers voerden aan dat geleend geld niet als beschikbaar middel mag worden aangemerkt volgens de Participatiewet, maar de rechtbank oordeelde dat de kosten zich niet meer voordoen en daarom geen recht op bijzondere bijstand bestaat.
De rechtbank baseerde zich op artikel 35 van Pro de Participatiewet, waarin is bepaald dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten die zich daadwerkelijk voordoen en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Omdat de inrichtingskosten al betaald waren, ontbrak het aan het vereiste dat de kosten zich voordoen.
Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meessen en griffier Y.D. David op 14 november 2018. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten is ongegrond verklaard omdat de kosten al voldaan zijn uit leningen.