ECLI:NL:RBDHA:2018:13597
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bijstandsuitkering wegens niet nakomen arbeidsverplichtingen
Eiser ontving een bijstandsuitkering en had arbeids- en re-integratieverplichtingen volgens de Participatiewet. Hij sloot een proefplaatsingsovereenkomst met een kweker, maar vertrok op de eerste werkdag vroegtijdig en verscheen niet meer.
Verweerder verlaagde daarop de bijstandsuitkering van eiser met 100% voor de periode van 1 november tot 1 december 2017, omdat eiser verwijtbaar geen algemeen geaccepteerde arbeid heeft verkregen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn psychische problemen en taalbarrière onvoldoende zijn meegewogen en dat verweerder een medisch deskundige had moeten raadplegen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiser zich schuldig maakte aan werkweigering en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hem geen verwijt treft. De medische klachten en taalproblemen werden onvoldoende onderbouwd geacht om verwijtbaarheid uit te sluiten.
De rechtbank concludeerde dat de verlaging van de bijstand terecht is opgelegd en dat er geen dringende redenen zijn om hiervan af te zien. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van zijn bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.