Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 januari 2018 in de zaak tussen
[B.V. X] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/MKB, kantoor [plaats] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil8. In geschil is of eiseres recht heeft op toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef en letter h, van de WBR. In het bijzonder spitst het geschil zich toe op de vraag of de fusie heeft plaatsgevonden op grond van zakelijke overwegingen als bedoeld in artikel 5bis van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer 1971 (het Uitvoeringsbesluit).
- de vennootschapsstructuur door de fusie wordt vereenvoudigd. Het onroerend goed zit voortaan in één vennootschap en de aansturing van de kledingwinkel gebeurt voortaan door één vennootschap;
- er een besparing van kosten is doordat er voortaan twee jaarrekeningen minder hoeven te worden opgemaakt (namelijk van [B.V. Y] en van de vof). Ook hoeft er geen aangifte vennootschapsbelasting meer te worden gedaan voor [B.V. Y] ;
- na de fusie de activiteiten van eiseres en voorheen [B.V. Y] , te weten de exploitatie van onroerend goed en het participeren in andere ondernemingen, efficiënter kunnen worden uitgevoerd en de productiviteit van eiseres wordt verbeterd;
- door de fusie de administratie eenvoudiger wordt. Er zijn minder onderlinge vorderingen en schulden en er hoeven minder aangiften omzetbelasting te worden gedaan. Verder wordt de administratie in verband met het beheer en de exploitatie van onroerend goed voortaan vanuit één vennootschap gedaan.