ECLI:NL:RBDHA:2018:12817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland
Eiseres, een Turkse vrouw die sinds 1980 in Nederland verblijft en sinds 1990 een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd bezit, is haar vergunning ingetrokken omdat zij haar hoofdverblijf buiten Nederland zou hebben gevestigd. Dit besluit is genomen op grond van artikel 22, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege financiële nood tijdelijk bij haar kinderen in Nederland verbleef, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen en bewijsstukken onvoldoende waren om aannemelijk te maken dat zij haar hoofdverblijf niet had verplaatst. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het Associatierecht werd verworpen wegens gebrek aan bewijs en onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de verblijfsvergunning heeft ingetrokken en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard wegens verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland.