ECLI:NL:RBDHA:2018:12295
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit Eritrese asielzoeker
Eiser, een Eritrese asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank constateerde dat eiser wisselende geboortedata had opgegeven en geen documenten kon overleggen om zijn identiteit en nationaliteit te onderbouwen. De registratie in Italië, waar eiser eerder was geregistreerd, vermeldde een andere geboortedatum dan die bij de Nederlandse aanvraag. Eiser gaf geen aannemelijke verklaring voor deze discrepantie en heeft onvoldoende concrete inspanningen getoond om documenten te verkrijgen.
Daarnaast kon eiser geen overtuigende informatie geven over de dienstplicht in Eritrea, hetgeen zijn asielmotief ondermijnde. De rechtbank volgde het standpunt van de staatssecretaris dat zonder aannemelijke identiteit en herkomst het asielrelaas niet verder beoordeeld hoefde te worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit.