ECLI:NL:RBDHA:2018:10007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging van ophouding vreemdeling en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Albanese vreemdeling, werd op 20 maart 2018 opgehouden en zijn ophouding werd met 48 uur verlengd. De rechtbank oordeelt dat deze verlenging onrechtmatig was omdat de wettelijke grondslag ontbrak: de verlenging was niet tijdig genomen, niet door een bevoegde persoon en het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke status was al duidelijk afgerond. Daarnaast was er geen sprake van een onderzoeksbelang zoals vereist volgens artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod werd ongegrond verklaard, omdat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om van het inreisverbod af te zien. De rechtbank weegt de belangen en concludeert dat de onrechtmatige verlenging van de ophouding een ernstig gebrek vormt, waardoor de daarop volgende bewaring onrechtmatig is. Daarom wordt een schadevergoeding van € 1.330,- toegekend voor 16 dagen onrechtmatige bewaring.
Verder veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van de proceskosten van € 1.002,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser. Het vonnis is uitgesproken door rechter I. Bouter op 5 april 2018 in Rotterdam.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de verlenging van de ophouding gegrond en kent een schadevergoeding toe van € 1.330,-.