ECLI:NL:RVS:2009:BH4680
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vreemdelingenbewaring en horen na inbewaringstelling bij problemen met tolk
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen vreemdelingenbewaring ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling werd 18 uur na inbewaringstelling gehoord, vanwege problemen met het regelen van een tolk in de Wolof taal.
De rechtbank oordeelde dat deze vertraging gerechtvaardigd was en dat de staatssecretaris niet in staat was de vreemdeling voorafgaand aan de inbewaringstelling te horen. De Raad van State stelt vast dat het verlengen van de ophoudingstermijn met 48 uur om voorafgaand te horen niet is toegestaan, omdat dit afwijkt van het doel van het onderzoek naar verblijfsrechtelijke positie.
Verder is vastgesteld dat de belangenafweging van de rechtbank juist was, omdat voldoende gronden voor de bewaring aanwezig zijn, waaronder het ontbreken van identiteitsdocumenten, geen vaste woonplaats en het weigeren van medewerking aan verwijdering. De Raad van State bevestigt dat de vreemdeling niet in zijn procesuele belangen is geschaad en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bewaring blijft gehandhaafd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.