Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Ook de opmerking, dat sommige vrouwen nog contact hadden met hun familie, doet er niet aan af dat het gaat om personen in een kwetsbare positie voor wie het niet mogelijk was zich aan de uitbuitingssituatie te onttrekken. Door juist deze kwetsbare vrouwen te werk te stellen als prostituee, kan eiser worden verweten dat hij misbruik heeft gemaakt van hun positie en dat hij mede de omstandigheden heeft gecreëerd dat zij zich niet aan de uitbuitingssituatie konden onttrekken. Voor zover eiser erop heeft gewezen dat [naam 2] het ouderlijk huis was ontvlucht om aan uithuwelijking te ontkomen, wijst verweerder erop dat uit openbare bronnen blijkt dat juist vrouwen als [naam 2] , ongehuwd en alleenstaand en een zogeheten “runaway girl”, in een kwetsbare positie verkeren.
Eiser heeft tijdens het aanvullend gehoor (pagina 9) over de “full night stay” verklaard:
Als u ze meenam voor werk naar een club, was dit van tevoren afgesproken met een klant?Het was niet vooraf afgesproken. Als ik naar een club ging met de meisjes en een van de mensen die daar was – of ergens anders vandaan belde en zei dat hij een meisje wilde, dan mocht hij het meisje meenemen.
Waar nam hij het meisje mee naartoe?Naar zijn huis.
Hoe kwam het meisje weer terug naar uw huis?Hij bracht haar soms naar ons huis en soms nam ik een van onze auto’s en ging haar ophalen.”
Uit het voorgaande blijkt dat eiser daadwerkelijk meisjes aan een man mee gaf voor een “full night stay”. Dat daarbij sprake was van vaste klanten maakt de kwetsbare positie van de prostituees tijdens zo’n “full night stay” niet minder, omdat uit de openbare informatie blijkt dat de meisjes vaak op zo’n avond meerdere mannen moesten bedienen en eiser door het meisje mee te geven geen toezicht kon houden op wat precies gebeurde. Dat eisers vaste klanten hooggeplaatste militairen waren, leidt evenmin tot een ander oordeel, aangezien dit enkele feit niet meebrengt dat de veiligheid van de betrokken prostituee was gegarandeerd. Voorts is uit openbare bronnen gebleken dat sommige meisjes na een “full night stay” niet werden teruggebracht, juist in gevallen waarin leden van een security of militia group de klanten waren.
(…)
Had u andere tarieven als een klant iets bijzonders wilde doen?Als het meisje bij iemand anders zou gaan overnachten, dan was het 200 dollar.
(…)
Aan wie betaalde de klant het geld?Aan mij, mijn broer of mijn moeder, afhankelijk van wie van ons thuis was.
Kregen de meisjes een gedeelte van dit bedrag?Ja natuurlijk, soms 10 of 15 duizend dinar per klant.”
Pagina 16:
“U vertelde dat de meisjes 10 tot 15 duizend dinar per klant mochten houden. Op grond waarvan werd de ene keer 10 en de andere keer 15 duizend betaald?Als het druk was en er waren veel gelegenheden of feestjes, dan kregen ze 15 duizend dinar en als het werk rustiger was, dan kregen ze toen duizend dinar.
Wie bepaalde dat de meisjes dit bedrag kregen, 10 of 15 duizend dinar?Mijn moeder.
Konden de meisjes om een salaris verhoging vragen?Nee, dat is de vaste marktprijs, wij waren niet de enigen, andere bordelen die ook meisjes hadden betaalden hetzelfde uit.”
Uit het voorgaande blijkt dat eiser het geld van de klanten in ontvangst nam en daarna de meisjes uitbetaalde. De prostituees konden het verdiende geld aldus niet zelf beheren. Voorts heeft eiser in zijn verklaringen bevestigd dat de door hem gehanteerde tarieven door meerdere bordelen werden gehanteerd, hetgeen overeenkomt met de door verweerder aangehaalde informatie uit openbare bronnen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat sprake was van een onevenredige hoeveelheid verdiensten die moest worden afgedragen door de prostituees. Dat zij de helft van het geld ontvingen, blijkt niet uit eisers verklaringen. Eiser heeft immers verklaard dat een klant 30 en soms 35 duizend dinar betaalde en de meisjes 10 tot 15 duizend dinar ontvingen. De ontvangst van 15 duizend dinar was, blijkens eisers verklaringen, niet afhankelijk van de hoogte van het bedrag dat door de klant werd betaald, maar enkel van het feit of het die avond druk was. Verweerder heeft zich daarom op goede gronden op het standpunt gesteld dat de hoeveelheid geld die de prostituees moesten afdragen de conclusie dat sprake is van seksuele uitbuiting alleen maar versterkt. De stelling ter zitting dat prostituees ook kost en inwoning in natura kregen leidt, los van het feit dat uit eisers verklaringen enkel blijkt dat zij in zijn woning verbleven, niet tot een ander oordeel gelet op het geringe percentage dat de prostituees van het door klanten betaalde geld ontvingen.
Gelet op de positie van deze vrouwen, die als kwetsbaar moet worden bestempeld, wordt aan de stelling dat sprake was van een gelijkwaardige onderhandelingspositie geen geloof gehecht. Uit de bewoordingen van eiser in het aanvullend gehoor over onder meer de omstandigheid dat de meisjes die wilden stoppen eerst [naam 3] moesten bellen, zodat eiser zijn geld terug kon krijgen, kan worden afgeleid dat hij in een positie verkeerde waarin hij macht over deze vrouwen kon uitoefenen. Zo had eiser naar eigen zeggen ook “methodes” om te voorkomen dat de vrouwen het bordeel zouden verlaten. Daarnaast verbleven de vrouwen constant in de woning van eiser en sliepen zij ook daar.
Hoe bedoelt u?Dat is haar werk.
Mochten zij geen klanten weigeren?Het is niet zo dat het niet mocht, maar zij waren gekomen om dit werk te doen en niet om te kiezen en te zeggen “daar houd ik van en daar houd ik niet van”, zij waren gekomen om te werken en niet om keuzes te maken. Als zij bij ons kwamen, hoefde ik ze niet in te werken of het werk aan te leren, zij waren ervaren en wisten wat ze te wachten stond.”
Uit deze verklaringen blijkt naar het oordeel van de rechtbank - anders dan eiser meent - niet dat de prostituees klanten konden weigeren.
De stelling van eiser, dat hieruit niet kan worden opgemaakt dat eiser controle uitoefende en dat eiser hiermee bedoelde dat zij hun werkelijke motieven voor hun vertrek konden vertellen zonder dat dit voor hen repercussies met zich mee zou brengen, heeft verweerder op goede gronden niet aannemelijk geacht. Deze stelling is een nadere invulling van eisers verklaring die niet uit de verklaring zelf blijkt. Daarbij heeft verweerder ook kunnen meewegen dat uit eisers verklaringen tijdens het aanvullend gehoor (pagina 5) blijkt dat de prostituees zelf [naam 3] dienden te bellen als zij wilden stoppen, zodat eiser het geld dat hij aan [naam 3] had betaald kon terugkrijgen. Gelet op hun kwetsbare positie, kan worden geoordeeld dat dit een controlemiddel was dat er feitelijk toe leidde dat het voor de betrokken vrouw moeilijk was om te stoppen met het werk. Een ander controlemiddel was het feit dat de prostituees constant in eisers woning verbleven (ze hadden dus geen eigen verblijf waarin zij zich konden terugtrekken uit hun werk, inclusief hun werkgever) en hij aldus ook feitelijk controle over hen kon uitoefenen. Gelet op de zeer schrijnende positie van prostituees in Irak, zoals die blijkt uit de aangehaalde openbare bronnen, heeft verweerder dan ook op goede gronden geen waarde gehecht aan eisers stelling dat sprake was van een gelijkwaardige onderhandelingspositie, dat de prostituees direct konden onderhandelen met de klanten, dat zij ook klanten konden weigeren en dat zij konden vertrekken wanneer zij wilden.
Geen idee, gewoon vragen?Nee, ik had geen vragen.
(…)
U gaf aan dat de meisjes het werk vrijwillig deden. Hoe weet u dit als u niet weet hoe [naam 3] de meisjes regelde en u de meisjes geen vragen stelde?Wanneer ik het meisje bij [naam 3] ophaalde en andersom vroeg ik haar altijd of iemand haar had gedwongen en zij zei altijd nee. Als er een meisje was geweest dat werd gedwongen, was ik er niet aan begonnen en had ik haar niet meegenomen.”
De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden de stelling dat eiser naging of de prostituees vrijwillig werkten, niet aannemelijk heeft geacht. Eiser heeft hierover immers in het aanvullend gehoor wisselend verklaard door enerzijds te verklaren dat hij geen vragen stelde en anderzijds dat hij wel de meisjes vroeg of zij gedwongen werden. De toelichting ter zitting dat eiser bedoelde dat hij geen vragen stelde als [naam 3] erbij was, maar dat hij later wel de vraag stelde als hij alleen was met het meisje, volgt de rechtbank niet nu dit een nadere invulling van eisers verklaring is die niet blijkt uit de verklaring zelf. Eiser heeft immers in het gehoor geantwoord: ik had geen vragen. Die verklaring is niet in de correcties en aanvullingen op het aanvullend gehoor gecorrigeerd dan wel nader toegelicht, hetgeen wel voor de hand had gelegen. Hetgeen eiser aanvoert, faalt daarom.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, ongegrond;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de afwijzing van de asielaanvraag, niet-ontvankelijk.