ECLI:NL:RBDHA:2017:8216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning kinderpardon wegens niet meewerken aan vertrek
Eisers, een gezin met Armeense nationaliteit, hebben diverse aanvragen ingediend voor verblijfsvergunningen en toepassing van het kinderpardon. Hun eerdere asielaanvragen werden afgewezen en ook verzoeken om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 werden ongegrond verklaard. Eisers kregen laissez passers toegezegd door Armeense autoriteiten, maar hebben niet meegewerkt aan hun vertrek uit Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eisers niet voldeden aan het meewerkcriterium van de Regeling langdurig verblijvende kinderen, omdat zij geen gebruik hebben gemaakt van de toegezegde reisdocumenten om het land te verlaten. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en op het recht op familie- en gezinsleven faalt omdat dit onvoldoende is gemotiveerd en eisers nooit rechtmatig verblijf hadden.
Ook het beroep op artikel 4:84 Awb Pro over bijzondere omstandigheden wordt verworpen omdat de aangevoerde gezondheidsproblemen niet binnen de beleidsregels vallen. De vermeende schending van de hoorplicht wordt eveneens verworpen omdat vooraf duidelijk was dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning kinderpardon wordt ongegrond verklaard wegens het niet meewerken aan vertrek.