ECLI:NL:RBDHA:2017:6606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Afghaanse familie wegens ongeloofwaardigheid relaas ex-echtgenoot
Eisers, een Afghaanse familie uit Kabul, dienden in november 2015 asielaanvragen in voor zichzelf en hun vier minderjarige kinderen. Zij stelden dat eiseres als kind was ontvoerd en uitgehuwelijkt aan een Talibanstrijder, van wie zij in 2007 scheidde. De ex-echtgenoot zou hen sindsdien bedreigen, wat aanleiding was voor hun vlucht uit Afghanistan na een gewelddadige confrontatie in oktober 2015.
Verweerder wees de aanvragen af wegens gebrek aan geloofwaardigheid, met name over de gestelde bedreigingen door de ex-echtgenoot. Eisers betwistten dit en overlegden een deskundigenrapport dat het verhaal plausibel achtte. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht het relaas ongeloofwaardig vond, onder meer vanwege inconsistenties over het tijdstip en de frequentie van bedreigingen, het ontbreken van bewijs van ziekenhuisopname, en het feit dat de ex-echtgenoot niet in staat zou zijn geweest hen te traceren.
De rechtbank overwoog dat het aan eisers was aannemelijk te maken dat hun situatie een rechtsgrond gaf voor verblijf, hetgeen niet was gelukt. Ook het beroep op kwetsbaarheid van eiseres als gescheiden vrouw faalde, omdat de problemen met de ex-echtgenoot niet geloofwaardig waren. Het beroep op artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 werd eveneens verworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het relaas.