ECLI:NL:RBDHA:2017:6147
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring Surinaamse vreemdeling met EU-verblijfskaart
Eiser, een Surinaamse nationaliteit bezittende vreemdeling, is meerdere malen ongewenst verklaard vanwege strafrechtelijke veroordelingen. Hij heeft een verblijfskaart als familielid van een EU-burger in België, maar de rechtbank oordeelt dat hij niet onder de Terugkeerrichtlijn valt omdat hij niet illegaal verblijft in een lidstaat.
Het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de vereiste verblijfsduur buiten Nederland en onvoldoende bewijs levert van een daadwerkelijk verblijf met zijn partner in België. De rechtbank bevestigt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de nationale regelgeving van toepassing is en dat het bezwaar ongegrond is.
Ten aanzien van artikel 8 EVRM Pro overweegt de rechtbank dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig is gemaakt, waarbij de strafrechtelijke verleden van eiser en het ontbreken van sterke banden met Nederland zwaar wegen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en hoger beroep is mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de handhaving van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.