ECLI:NL:RBDHA:2017:5112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overdracht asielzoeker aan Italië ondanks minderjarige echtgenote in Nederland
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 30 november 2016 een asielverzoek in Nederland in. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie besloot dit verzoek niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening. Eiser betoogde dat zijn minderjarige echtgenote, die in Nederland verblijft, en hun ongeboren kind als gezinsleden erkend moeten worden, zodat zijn asielaanvraag in Nederland behandeld zou moeten worden.
De rechtbank overwoog dat Italië inderdaad verantwoordelijk is en dat de staatssecretaris een ruime bestuurlijke vrijheid heeft bij de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De minderjarige echtgenote is in Nederland toegelaten en staat onder toezicht van Nidos, en het huwelijk wordt in Nederland niet erkend vanwege haar minderjarigheid. De rechtbank vond dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de wens van eiser om bij zijn partner te blijven geen bijzondere omstandigheid vormt die overdracht aan Italië onevenredig zou maken.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht van de asielzoeker aan Italië wordt ongegrond verklaard.