Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de persoon] ,
Procesverloop
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
u kunt geen beroep instellen per e-mail.
Rechtbank Den Haag
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de afwijzing van een verblijfsvergunningaanvraag van een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) afkomstig uit Bagdad-stad, Irak. De staatssecretaris stelde dat in Bagdad-stad geen sprake is van een 15c-situatie, wat inhoudt dat er geen zodanig ernstig geweld is dat terugkeer een reëel risico op ernstige schade oplevert. De rechtbank bevestigde dit standpunt op basis van ambtsberichten en jurisprudentie, waaronder uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Britse Upper Tribunal.
Daarnaast werd het amv-beleid van de staatssecretaris getoetst. Dit beleid voorziet in een onderzoekstermijn van drie jaar om te bepalen of adequate opvang beschikbaar is in Irak of een ander land waar de minderjarige naartoe kan. De rechtbank oordeelde dat dit beleid niet onredelijk is en in lijn met het belang van het kind, zoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en jurisprudentie van het EHRM. De minderjarige verblijft momenteel in Nederland bij familie en ontvangt passende zorg.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat de onderzoekstermijn nog niet was verstreken en er nog mogelijkheden zijn voor opvang en hereniging met de ouders. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning voor de alleenstaande minderjarige uit Bagdad.