ECLI:NL:RBDHA:2017:4271
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige bekering en te late aanvraag
Eiseres, een Chinese vrouw, diende een asielaanvraag in op grond van haar bekering tot het christendom en deelname aan een verboden huiskerk. Zij stelde dat zij in China werd vervolgd vanwege haar geloof en evangeliseringsactiviteiten. De aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat zij pas vijf maanden na het verlopen van haar visum asiel aanvroeg en haar bekering niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over het proces en de motieven van de bekering vaag en tegenstrijdig waren, en onvoldoende inzicht boden in een oprechte geloofsovertuiging. Ook werd gewezen op het feit dat eiseres ondanks kennis van het verbod op haar geloof geen risico-inschatting maakte, wat ongerijmd werd geacht.
Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat een vergelijkbare zaak anders was beoordeeld vanwege een tijdige aanvraag en een gedetailleerd bekeringstraject. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige bekering en te late aanvraag.