Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser,
gezamenlijk: eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin uit Armenië met twee in Nederland geboren kinderen, vroegen een verblijfsvergunning regulier humanitair aan. De aanvragen werden afgewezen omdat zij niet beschikten over een geldig paspoort en een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eisers voerden aan dat de kinderen geen paspoort kunnen verkrijgen en dat uitzetting in strijd is met artikel 8 EVRM Pro vanwege hun integratie en worteling in Nederland, ondersteund door een orthopedagogisch rapport.
De rechtbank overweegt dat eisers niet hebben aangetoond dat zij vrijgesteld moeten worden van het mvv-vereiste en dat de kinderen wel paspoorten kunnen verkrijgen. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro leidt tot de conclusie dat het Nederlandse restrictieve migratiebeleid zwaarder weegt dan het privéleven van eisers. De banden van de ouders met Nederland zijn beperkt en de kinderen hebben ook banden met Armenië.
Het orthopedagogisch rapport noemt mogelijke traumatisering bij terugkeer, maar concrete onderbouwing ontbreekt en de problemen zijn vooral gerelateerd aan de onzekere verblijfssituatie in Nederland. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een niet-gerechtvaardigde inmenging in het privéleven en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning regulier humanitair wordt ongegrond verklaard.