Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Macedonische staatsburger en lid van de oppositiepartij SDS, diende een asielaanvraag in Nederland in na een verblijf sinds begin 2015. Hij vreesde vervolging vanwege zijn politieke activiteiten, waaronder problemen met de geheime dienst en huiszoekingen. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Macedonië als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt.
De rechtbank bevestigde dat de identiteit en het relaas van eiser geloofwaardig zijn, maar oordeelde dat de verstrekte documenten en verklaringen onvoldoende bewijs leveren voor een onveiligheidssituatie. Eiser had legale documenten ontvangen en zijn vertrek uit Macedonië verliep zonder belemmeringen, wat duidt op een gebrek aan negatieve belangstelling van autoriteiten.
Daarnaast werd het beroep afgewezen omdat eiser zijn asielaanvraag pas ruim twee jaar na aankomst in Nederland indiende, waardoor de aanvraag als kennelijk ongegrond werd aangemerkt. Ook kwam eiser niet in aanmerking voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege het late tijdstip van aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de algemene rapportages over de politieke situatie in Macedonië onvoldoende zijn om het persoonlijke gevaar van eiser aan te tonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.