ECLI:NL:RBDHA:2017:16353
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens te late indiening
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard, die betrokken was bij de behandeling van een verzoek tot opheffing van bewind over zijn goederen. Het bewind was ingesteld op 2 april 2014 en de opheffingsverzoeken van 20 juli 2016 en 23 oktober 2016 werden behandeld op 8 februari 2017 en 6 maart 2017.
Verzoeker diende het wrakingsverzoek op 31 maart 2017 in, maar dit werd pas op 4 april 2017 bij de griffie ontvangen, na de zitting van 6 maart 2017. Volgens artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden die twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter kunnen doen rijzen, bekend zijn. Omdat verzoeker al op 6 maart 2017 bekend was met deze feiten, was het verzoek te laat.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker niet ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. Tevens bleek uit de procedure geen aanwijzing voor partijdigheid van de kantonrechter. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing is uitgesproken op 22 mei 2017 door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens te late indiening.