ECLI:NL:RBDHA:2017:16270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom en onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer
Eiseres, een Iraanse vrouw geboren in 1997, vroeg asiel aan in Nederland op grond van haar bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran. Zij stelde dat zij vanwege haar bekering en de repressie door autoriteiten en familie een reëel risico liep bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af op basis van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar bekering en de gevolgen daarvan geloofwaardig waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de identiteit en herkomst van eiseres geloofwaardig had vastgesteld, maar de bekering en de daaruit voortvloeiende problemen niet. De rechtbank volgde de vaste gedragslijn van verweerder bij de beoordeling van geloofwaardigheid, waarbij onder meer werd gekeken naar motieven, proces van bekering, kennis van geloofsleer en geloofspraktijk, en concrete details over kerkgang. Eiseres kon niet overtuigend verklaren over haar bekering en de omstandigheden daaromheen, vertoonde tegenstrijdigheden en kon belangrijke details niet noemen.
Ook de door eiseres overgelegde verklaringen van de Baptistengemeente en de Protestantse Kerk konden niet compenseren dat haar eigen verklaringen onvoldoende waren. Verder was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico liep op ernstige schade conform artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en onvoldoende aannemelijk gemaakt risico op ernstige schade.