Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2017 in de zaken tussen
Gemeente Hellevoetsluis, eiseres
de Staat der Nederlanden (de Minister voor Rechtsbescherming).
Procesverloop
Overwegingen
Voorkeursrecht tot terugkoop
Artikel 3 Overdracht Pro, gebruik, risico-overgang
Voorkeursrecht tot terugkoop
8 september 2004 waarin wordt geconcludeerd dat omzetbelasting over de bouwkosten van TP en MFA niet in vooraftrek kan worden gebracht en de omzetbelasting over kosten van het kunstencentrum slechts voor 46%. De teruggaafbeschikking is gegeven conform de bevindingen van dit boekenonderzoek.
31 december 2003 en 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 heeft eiseres omzetbelasting afgetrokken die ziet op de bouw van TP en MFA en op kosten van het kunstencentrum.
1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 en 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004. De bevindingen van het boekenonderzoek zijn neergelegd in een rapport van 1 november 2007 waarin is geconcludeerd dat de omzetbelasting over de bouwkosten van TP en MFA niet in aftrek kan worden gebracht en de omzetbelasting over de kosten van het kunstencentrum slechts voor 46%. Verder is daarin aangekondigd dat bij de op te leggen naheffingsaanslagen op grond van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) verzuimboetes zullen worden opgelegd. De naheffingsaanslagen en de boetebeschikkingen zijn conform de bevindingen van dit boekenonderzoek opgelegd.
91 van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) en artikel 76b van de Wet op het voortgezet onderwijs (Wvo), zorg draagt voor de huisvesting van scholen in het basis- en voortgezet onderwijs. Met het doen realiseren van TP en MFA en de daarmee samenhangende leveringen aan [B.V. X] , die verplicht is delen van de gebouwen te verhuren aan schoolinstellingen en aan eiseres, heeft eiseres dan ook niet gehandeld in de hoedanigheid van ondernemer, maar is invulling gegeven aan de verplichtingen die zij op grond van de Wpo en de Wvo heeft. Gezien het voorgaande heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een economische activiteit. Verweerder heeft daarom de aan eiseres ter zake van de bouw van TP en MFA in rekening gebrachte omzetbelasting terecht niet in aftrek toegelaten.
13 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (de herzieningsregeling) in onderhavige jaren steeds recht heeft op teruggaaf van 1/10 deel van het bedrag dat zij in 2002 te weinig heeft teruggevraagd, oftewel € 30.857 per jaar. In dit kader heeft eiseres ook een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel omdat verweerder volgens haar heeft toegezegd dat herziening mogelijk is. Zij wijst daartoe op het hoorverslag van
15 februari 2016 waarin het volgende is vermeld:
Bezwaren tegen naheffingsaanslagen 2003 en 2004
13 jaar verstreken zodat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn met ruim 11 jaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken op grond waarvan een deel van de termijnoverschrijding aan eiseres moet worden toegerekend. De enkele stelling van verweerder dat er een mondelinge afspraak bestond om jurisprudentie in lopende zaken af te wachten, acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Aan eiseres komt daarom een schadevergoeding toe van € 11.500 (€ 500 per overschrijding van (een gedeelte van) een half jaar). Aangezien het beroepschrift door de rechtbank is ontvangen op 21 april 2016, komt deze termijnoverschrijding voor een periode van een half jaar voor rekening van de rechtbank en voor het overige voor rekening van verweerder. De Staat heeft op 8 juli 2014 een beleidsregel opgesteld (nr. 436935, Staatscourant 2014, nr. 20210), die op 1 oktober 2014 in werking is getreden. Op grond daarvan is het, behoudens uitzonderingen die zich hier niet voordoen, niet langer nodig om de Staat om een reactie te vragen over de vraag of schadevergoeding verschuldigd is. Verweerder dient daarom een bedrag van € 11.000 aan eiseres te voldoen en de Minister een bedrag van € 500.