ECLI:NL:RBDHA:2017:1492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en vergrijpboetes inkomstenbelasting 2008 en 2009
Eiser exploiteerde een steakhouse en grillroom en kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2008 en 2009 na een boekenonderzoek. Voor 2008 was sprake van ambtelijk verzuim, maar navordering bleef mogelijk vanwege kwade trouw van eiser. Voor 2009 was geen ambtelijk verzuim aanwezig. Verweerder legde tevens vergrijpboetes van 50% op wegens opzet of grove schuld.
Eiser voerde aan dat navordering was uitgesloten wegens opgewekt vertrouwen en schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, en dat de navorderingstermijn voor 2008 was overschreden. De rechtbank oordeelde dat de navorderingstermijn was verlengd door uitstel voor aangifte. De informatiebeschikking stond onherroepelijk vast, waardoor omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing waren. Eiser slaagde er niet in de onjuistheid van de aanslagen te bewijzen.
De rechtbank achtte de schatting van de omzetcorrecties van 40% redelijk, mede door het ontbreken van een controleerbare administratie en het ontbreken van back-ups van kassabestanden. Verweerder maakte aannemelijk dat de vergrijpboetes terecht waren opgelegd wegens opzet, ondanks het beroep van eiser op overmacht door een crash van de harde schijf.
De boetes werden gematigd met 20% vanwege de bewijslastomkering en met 15% wegens overschrijding van de redelijke termijn. De beroepen tegen de boetes werden gegrond verklaard, de overige beroepen ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen zijn terecht; vergrijpboetes worden gematigd wegens bewijslastomkering en termijnoverschrijding.