ECLI:NL:RBDHA:2017:14116
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit en risico terugkeer Afghanistan
Eiser, een Afghaanse man van Hazaarse afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksualiteit en het risico op vervolging bij terugkeer naar Afghanistan. Hij stelde dat hij kort na een verkrachting door vier vrienden zijn homoseksuele gerichtheid ontdekte en daardoor bedreigd werd door zijn vader en dorp.
Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af omdat hij de geloofwaardigheid van de gestelde homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen onvoldoende achtte. De rechtbank toetste of verweerder conform de Werkinstructie 2015/9 had gehandeld en concludeerde dat de hoorzittingen zorgvuldig waren verlopen en dat verweerder voldoende gemotiveerd had dat de verklaringen van eiser wisselend en tegenstrijdig waren.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende concreet en consistent had verklaard over zijn proces van bewustwording en zelfacceptatie, hetgeen van hem verwacht mocht worden ondanks zijn minderjarige leeftijd ten tijde van de gebeurtenissen. Ook was onvoldoende aannemelijk dat eiser bij terugkeer een reëel risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksualiteit en onvoldoende aannemelijk risico bij terugkeer.