ECLI:NL:RBDHA:2017:13398
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag artikel 9 Vreemdelingenwet wegens schijnhuwelijk
Eiser, een Turkse staatsburger, verzocht om een artikel 9-document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bij zijn echtgenote, een Tsjechische staatsburger, zou aantonen. Verweerder weigerde dit op grond van het vermoeden van een schijnhuwelijk, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen van eiser en referente tijdens gelijktijdige hoorzittingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een nader onderzoek heeft ingesteld vanwege diverse indicatoren die wijzen op misbruik, waaronder de illegale inreis van eiser, de korte samenwoonperiode en culturele verschillen. Ondanks ingediende getuigenverklaringen en bewijsstukken, kon eiser de tegenstrijdigheden in hun verklaringen over belangrijke gebeurtenissen zoals eerste ontmoetingen, huwelijksaanzoek en ringen niet aannemelijk verklaren.
De rechtbank stelde dat het oogmerk bij het aangaan van het huwelijk bepalend is en dat verweerder op basis van het onderzoek mocht concluderen dat het huwelijk kunstmatig was aangegaan met als enig doel het verkrijgen van verblijfsrecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid voor eiser om bij het ontstaan van een oprechte relatie een nieuwe aanvraag in te dienen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het artikel 9-document bevestigd wegens een geconstateerd schijnhuwelijk.