ECLI:NL:RBDHA:2017:13388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door bezit nepvuurwapen
Eiser was politieambtenaar en werd disciplinair gestraft met onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het in strijd met de Wet wapens en munitie (Wwm) voorhanden hebben van twee nepvuurwapens en een overschrijding van toegestane politiepatronen. Daarnaast werden andere gedragingen als plichtsverzuim aangemerkt, maar deze werden door de rechtbank niet inhoudelijk beoordeeld omdat het bezit van nepvuurwapens al voldoende was voor het ontslag.
Eiser voerde aan dat de nepvuurwapens van zijn zoon waren en hij deze tien jaar geleden in beslag had genomen met de intentie ze te vernietigen. De rechtbank oordeelde dat dit geen reden was om het plichtsverzuim niet aan te rekenen. Het bezit van nepvuurwapens is volgens jurisprudentie een misdrijf en levert ernstig plichtsverzuim op.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van de disciplinaire straf en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en de functie van eiser binnen de politie. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de uitspraak is openbaar gedaan op 17 november 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.