ECLI:NL:RBDHA:2017:12646
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op inkomensafhankelijke combinatiekorting en alleenstaande-ouderkorting wegens niet voldoen aan inschrijvingseisen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting 2014 waarin de Belastingdienst de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de alleenstaande-ouderkorting heeft geweigerd. De kern van het geschil betreft de wettelijke eis dat een kind ten minste zes maanden op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige moet zijn ingeschreven in de basisregistratie personen.
Vaststaat dat de kinderen van eiser niet gedurende zes maanden op hetzelfde adres als eiser stonden ingeschreven. Daarnaast voldoet eiser niet aan de aanvullende eis uit de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 dat een kind doorgaans ten minste drie gehele dagen per week bij de belastingplichtige verblijft. Het ouderschapsplan toont aan dat de kinderen incidenteel, maar niet structureel, bij eiser verblijven.
De rechtbank overweegt dat de wet geen ruimte biedt om af te wijken van deze inschrijvingseisen, ook niet als de situatie buiten schuld van eiser is ontstaan. De rechter mag niet afwijken van de wet tenzij deze strijdig is met hogere rechtsnormen, wat hier niet het geval is.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan de wettelijke inschrijvingseisen voor de kortingen.