ECLI:NL:RBDHA:2017:12388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen
Eiser, een Surinaamse echtgenoot, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij zijn Nederlandse echtgenote (referente) te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat referente niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikte. Referente werkte minimaal 20 uur per week met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en ontving daarnaast een WW-uitkering, maar de extra uren en inkomsten uit een persoonsgebonden budget werden niet als duurzaam erkend.
Eiser voerde aan dat de middelen wel voldoende en duurzaam waren, verwijzend naar Europese jurisprudentie (Chakroun, Zambrano, Dereci) en het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. Hij stelde dat de voortdurende scheiding ernstige gevolgen had voor het gezin, waaronder een gehandicapt kind, en dat referente geen beroep deed op sociale bijstand.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat het inkomen van referente lager was dan het wettelijk minimumloon voor echtparen en dat de toeslagenwetuitkering niet als duurzaam inkomen kon worden beschouwd. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro leidde niet tot een positieve verplichting tot verblijfverlening, mede omdat eiser zonder verblijfsvergunning al jaren een gezinsleven voerde en er geen objectieve belemmering was voor het gezin om in Suriname te wonen.
Ook werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat er geen hoorplicht bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak werd gedaan door rechter T. Sleeswijk Visser-de Boer op 12 oktober 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen.