ECLI:NL:RBDHA:2017:12315
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overdracht asielzoeker aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Eritrese asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van de meerderjarige leeftijd van eiser, gebaseerd op informatie uit Italië en Duitsland, ondanks dat eiser zijn minderjarigheid betwist en geboortedocumenten overlegt die niet als authentiek en identificerend kunnen worden aangemerkt.
Eiser stelt dat Nederland zich niet kan beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanwege de slechte opvangomstandigheden en asielprocedure in Italië, die volgens hem kunnen leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is vastgesteld dat de situatie in Italië niet zodanig is dat overdracht verboden is.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Italië dermate verslechterd is dat overdracht niet mogelijk is. Ook indien eiser minderjarig zou zijn, zou dit geen reden geven tot een ander besluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.