ECLI:NL:RBDHA:2017:11558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure Dublin Italië
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, maar is noch hijzelf noch zijn gemachtigde verschenen bij de zitting. Verweerder heeft toegelicht dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat de Italiaanse autoriteiten hierover zijn geïnformeerd.
De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt gesteld dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, daarmee aangeeft geen prijs meer te stellen op bescherming in Nederland. Omdat eiser vóór 26 september 2017 is vertrokken en sindsdien geen contact heeft gehad, concludeert de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.