ECLI:NL:RBDHA:2017:10295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit
Eiser, een Afghaanse jongeman, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij homoseksueel is en vreest vervolging bij terugkeer. De aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat verweerder de homoseksualiteit niet geloofwaardig achtte, mede vanwege vage en ontwijkende antwoorden van eiser.
Eiser voerde aan dat hij door stress, taboe en jonge leeftijd moeite had zijn gevoelens te verwoorden en dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden en rapporten over de beoordeling van seksuele gerichtheid. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder de Werkinstructie 2015/9 correct had toegepast en dat eiser onvoldoende overtuigend was in zijn verklaringen.
Daarnaast werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd, waartegen eiser bezwaar maakte vanwege mogelijke inbreuk op zijn privéleven. De rechtbank vond dat verweerder terecht geen uitzondering maakte omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit.