ECLI:NL:RBDHA:2016:8414
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling met Palestijnse afkomst
Eiser, een vreemdeling van Palestijnse afkomst met Jordaanse nationaliteit, werd op 9 mei 2016 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze vrijheidsontnemende maatregel en vorderde opheffing en schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep en onderzocht of het zicht op uitzetting naar Palestina ontbrak.
Verweerder verstrekte informatie waaruit bleek dat de Palestijnse autoriteiten medewerking verlenen aan uitzetting naar Palestijnse gebieden en dat sinds 2015 acht vreemdelingen op vrijwillige basis via Egypte zijn uitgezet. De rechtbank oordeelde dat terugkeer naar Palestina niet geheel onmogelijk is en dat de door eiser gevraagde inspanning om een machtiging te ondertekenen niet verder gaat dan de redelijke meewerkverplichting.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van gebruik van bewaring als dwangmiddel voor vrijwillig vertrek en dat de belangenafweging van 28 juni 2016 tot opheffing van de bewaring leidde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.