ECLI:NL:RBDHA:2016:6811
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens ernstig gevaar voor openbare orde
Eiser verblijft sinds 1976 in Nederland en is sinds 1985 veroordeeld voor 76 onherroepelijke misdrijven met een totale detentie van 19,5 jaar. Vanwege het herhaaldelijk plegen van ernstige strafbare feiten heeft de staatssecretaris zijn verblijfsvergunning ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiser een actueel, werkelijk en ernstig gevaar vormt voor de openbare orde, mede gelet op de opgelegde ISD-maatregelen en het ontbreken van een positieve gedragsverandering.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod onterecht is, onder meer vanwege zijn langdurige verblijf in Nederland, familiebanden en recente gedragsverbetering. De rechtbank stelt echter vast dat de banden met familie en de samenleving marginaal zijn en dat de gedragsverandering pas recent en onder detentie is opgetreden. Ook is geen sprake van een meer dan normale emotionele afhankelijkheid van zijn kinderen of familie, zodat artikel 8 EVRM Pro niet is geschonden.
Verder is het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens het voortduren van het inreisverbod. Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen en eiser is vrijgesteld van griffierecht. De rechtbank bevestigt daarmee de belangenafweging van verweerder en het rechtmatig karakter van het besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.