ECLI:NL:RBDHA:2016:5490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Nigeriaanse man, werd op 29 januari 2016 aangehouden op Schiphol met een vals paspoort van een ander persoon om door te reizen naar Ierland. Hij vroeg vervolgens asiel aan, maar zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning werd door verweerder als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat hij in Nigeria werd gedwongen de functie van chief priest op zich te nemen, wat hij weigerde, en dat hij daarom vreest voor ernstige schade bij terugkeer. Verweerder achtte het relaas over de gedwongen kroning ongeloofwaardig en wees de aanvraag af. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het deel van het relaas over de gedwongen kroning ongeloofwaardig vond vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan kennis over het geloof.
De rechtbank stelde echter vast dat het gebruik van het valse paspoort niet als misleiding kon worden aangemerkt omdat eiser dit gebruikte om door te reizen en bij de asielaanvraag zijn ware identiteit opgaf. Daarom was de kennelijke ongegrondverklaring onterecht en vernietigde de rechtbank het besluit. Verweerder moet een nieuw besluit nemen. De proceskosten van € 992,- werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wegens kennelijke ongegrondheid wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.