ECLI:NL:RBDHA:2016:5176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over WOZ-waarde en proceskostenvergoeding kantoorgebouw
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn kantoorgebouw, gelegen aan een adres in een plaats, en heeft beroep ingesteld tegen de beschikking van de heffingsambtenaar van de gemeente die de waarde en de aanslag onroerende-zaakbelastingen voor 2015 vaststelde.
De rechtbank stelt vast dat de waarde moet worden bepaald op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, zoals voorgeschreven in de Wet WOZ. De door verweerder gebruikte vergelijkingspanden zijn representatief en de grondwaarde van € 250 per m2 wordt bevestigd. Het door eiser aangevoerde vergelijkingspand wordt als minder representatief beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep tegen de waarde en aanslag ongegrond. Wel wordt geoordeeld dat verweerder ten onrechte geen volledige vergoeding heeft toegekend voor de taxateurkosten tijdens de hoorzitting, waardoor het beroep voor dat deel gegrond wordt verklaard.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 1.049,03, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 45. De uitspraak is gedaan door rechter N. Djebali op 14 april 2016.
Uitkomst: Beroep tegen WOZ-waarde ongegrond, beroep tegen proceskostenvergoeding gegrond met toekenning van € 1.049,03 aan eiser.