Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2016 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: D. Harreman LL.M),
kantoor [plaats], verweerder.
Rechtbank Den Haag
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van meerdere vennootschappen, waaronder een failliete BV, voerde beroep aan tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2009, 2010 en 2011. De kern van het geschil betrof de vermindering van renteaftrek op een lening bij de BV, de kwalificatie van ontvangen management fees als loon en de aanrekening van een resultaat uit overige werkzaamheden uit de verkoop van onroerend goed.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de renteaftrek onjuist was verminderd, mede gelet op zijn hoge schulden en lage inkomen. De management fees werden terecht als loon aangemerkt, omdat er geen dividenduitkeringen waren en de betalingen niet als dividend waren opgegeven. Het voordeel uit de verkoop van het appartementsrecht en parkeerplaatsen werd als resultaat uit overige werkzaamheden beschouwd vanwege de actieve betrokkenheid en kennis van eiser.
De rechtbank vond de motivering van de aanslagen en boetes deugdelijk en wees het beroep af. Er was geen aanleiding voor vermindering van de verzuimboetes en de procedurekosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslagen en verzuimboetes worden bevestigd.